Château Bethlehem
door de eeuwen heen

De geschiedenis van Château Bethlehem loopt terug tot in de 13e eeuw. In het begin functioneert het als Donjon, een gefortificeerde woontoren. In de eeuwen erna worden de vleugels en vertrekken aangebouwd. Laat in de 20e eeuw wordt het in zijn geheel bewoonbaar en ingericht. In de 21e eeuw vinden de laatste verbouwingen plaats en opent het Teaching Hotel Château Bethlehem haar deuren.

1200 tot 1700

De geschiedenis van het huidige Château Bethlehem gaat ver terug. Al in de 13e eeuw wordt melding gemaakt van het kasteel, dat dan ‘Limmale’ heet. In 1284 wordt het ingenomen door Jan, de graaf van Brabant. In de daarop volgende eeuwen wisselt het meerdere malen van eigenaren tot het in de 16e eeuw in het bezit komt van de Orde van de Duitse Ridders. Zij restaureren het gebouw maar nadat zij vertrekken, verliest het kasteel zijn status. Vanaf 1585 wordt er slechts gesproken over ‘hoeve Limmale’.

1700 - 1950

In de 17e eeuw worden drie vleugels aangebouwd rond de binnenplaats, het huidige centrum van Château Bethlehem. Pas in de 19e eeuw bouwt Louis Beguin een nieuwe residentie vóór het boerderijgebouw dat in die dagen het ‘paleis’ wordt genoemd. Vervolgens wordt het kasteel gekocht door de familie Bettonville die in 1865 een kleine toren aanbouwt. Het is een kopie van de toren van het dichtbij gelegen kasteel Jeruzalem. Niet alleen één van de torens is afkomstig van het naburige kasteel. Ook de naam ‘kasteel Bethlehem’ lijkt afgeleid van kasteel Jeruzalem.

In feite is de naam voor veel bezoekers nog altijd een raadsel. Hij wordt voor het eerst genoemd in de 17e eeuw, nadat de eigenaar van het naburige kasteel Jeruzalem terugkeert van een pelgrimstocht naar het Heilige Land. Ter nagedachtenis aan die reis doopt hij zijn kasteel om tot ‘kasteel Jeruzalem’. Geïnspireerd door zijn buurman besluit de eigenaar van kasteel Limmale om zijn eigendom voortaan ‘Bethlehem’ te noemen. De jaren verstrijken. De laatste eigenaar in deze periode is een lid van de bekende Maastrichtse ondernemersfamilie Regout-Stevens. Hij gebruikt het kasteel als woning.

1950 - 2010

De toestand van het kasteel verslechtert. Als de Hotelschool het in 1953 koopt, rest nog slechts een sterk vervallen gebouw. Het wordt verbouwd tot woongebouw voor studenten waarbij in eerste instantie alleen het voormalige ‘paleis’ wordt gebruikt. Naarmate het aantal studenten groeit, worden alle vleugels één voor één gerestaureerd.

De bekende Maastrichtse architect Jean Huysmans wordt benaderd en in 1971 worden er diverse ingrepen gedaan aan de buitenkant van het kasteel.

Ook het interieur van de drie schuur- en stalvleugels wordt aangepast waardoor er mensen kunnen verblijven en er hotelschoolfuncties kunnen worden ondergebracht. Het kasteel ondergaat verrassende veranderingen. In het woonhuis van de boer worden woon- en slaapvertrekken voor studenten gerealiseerd, de boterkelder wordt wijnproeflokaal en de hooizolder wordt omgetoverd tot bar. In de paardenstal komt een TV-zaal, de varkensstal wordt verbouwd tot keuken en in het voormalige koetshuis wordt een restaurant gevestigd.

Deze situatie duurt tot midden jaren 80, waarna het complete kasteel wordt omgebouwd tot kantoorruimte. Wanneer in 2008 de docenten naar een nieuw kantoorgebouw verhuizen, wordt een start gemaakt met het Teaching Hotel concept.

2010 tot nu

In 2010 is het zo ver: het Teaching Hotel opent zijn deuren. Château Bethlehem is verbouwd tot een indrukwekkend hotel met 26 kamers ingericht door Nederlandse designers, een bar, restaurant (oude collegezaal) en diverse vergaderruimtes. In het restaurant is de plafondschildering van kunstenaar Daan Wildschut behouden. Authentieke elementen en moderne vormgeving gaan hand in hand en geven het Teaching Hotel een bijzondere sfeer. Heden en verleden zijn met elkaar verenigd en het kasteel is helemaal klaar voor een nieuwe periode in zijn geschiedenis.